Top

De kelder van Ome Cor

Hij kijkt mij vragend aan: ‘Of ik even naar de kelder wil gaan’ Om een fles wijn te halen met een zak chips erbij.   Het schijnt dat er in de kelder van Ome Cor, lijkjes liggen van jonge katten. Half aangevreten door bruine ratten. Hun lijfjes zitten vol krioelende maden die bewegen in kronkelende paden.   Met lood in de schoenen loop ik naar de deur. Mijn neus hou ik dicht tegen de dodelijke geur. Met trillende handen draai ik de sleutel van het slot. Langs mijn hoofd schiet een reusachtige mot.   Ik roep Ome Cor dat ik de wijn niet kan vinden, en als hij dan komt, duw ik hem gauw naar binnen.   Nu zit ik lekker alleen achter de TV. Het enige wat ontbreekt zijn de chips, maar daar zit ik niet zo mee.   Floor Tinga...

Hij kijkt mij vragend aan: ...

Lees meer

Verdwaaltaal

‘Schiet eens op, zegt de juf, je hebt nog tien minuten.’ Ik zit verstijfd, mijn klamme hand omklemt het potlood waarvan de punt niet durft te landen op de lege vlakte van mijn blad, bang om uit te glijden te verstrikken of te stranden.   Als iemand niest, zakt mijn potlood en verslapt mijn aandacht even. meteen grijnst mijn schrift haar lijntjes bloot, haar bleke bek met scherpe randen slokt me levend op.   En dan gaat het beginnen, ik houd mijn potlood als een wapen voor me uit, ik grijp me vast aan strohalmzinnen sla losse eindjes en verdwaaltaal van me af.   Tussen de regels door doemen contouren op van boekpersonen en dat wat ik bedenk gebeurt: een ridder met geheime brief ontmoet een grote vriendelijke reus, een roversdochter knipoogt naar een houten joch met lange neus.   Tot één van hen, de zogenaamde vriend...

‘Schiet eens op, zegt de juf...

Lees meer